pictoright
bok
dupho
platform bk
kunstenbond
bno
bbk
nvj-nvf
 cover
Auteurs
contracten
recht

Lobby voor wijziging van de Wet Auteurscontractenrecht

De Wet Auteurscontractenrecht is in 2015 ingevoerd om de contractuele positie van makers te versterken. Omdat dit in de praktijk nog niet goed werkt, is de overheid een proces gestart om de wet aan te scherpen. De Federatie Beeldrechten praat mee over de aangepaste inhoud om ervoor te zorgen dat die beter afgestemd wordt op de beroepspraktijk van visuele makers.

De Wet Auteurscontractenrecht (Wet ACR) heeft als doel makers te beschermen tegen scheve machtsverhoudingen bij de exploitatie van hun werk. In de wet staat dat makers recht hebben op een billijke vergoeding, dat ze overeenkomsten mogen ontbinden bij onredelijke contractvoorwaarden en dat ze recht hebben op een extra vergoeding als hun werk een bestseller blijkt te zijn. Exploitanten moeten makers volgens het auteurscontractenrecht ook informeren over de manier waarop hun werk geproduceerd of gepubliceerd wordt. En als dat allemaal niet vanzelf gaat, moeten makers terecht kunnen bij een geschillencommissie.

Meepraten over aanscherping

Maar in de praktijk blijken deze doelstellingen niet gehaald te worden. Na een evaluatie in 2020 is vanuit beroeps- en auteursrechtenorganisaties een aantal aanbevelingen gedaan om de Wet ACR beter te laten werken. Inmiddels heeft minister Dekker het proces voor een wetswijziging in gang gezet. De Federatie Beeldrechten volgt alle ontwikkelingen hieromtrent op de voet en vertegenwoordigt de stem van de beeldmakers in het debat rondom de voorgestelde aanpassingen.

STAND VAN ZAKEN

17 apr. 2024 - 13:00

Wetsvoorstel voorgelegd aan de Tweede Kamer

Op 15 april 2024 is het Wetsvoorstel Versterking Auteurscontractenrecht ingediend bij de Tweede Kamer waar deze behandeld zal worden. De Federatie Beeldrechten heeft eerder input geleverd voor deze wet.

in het nieuwsbericht van 27 juni 2023 is onze mening te lezen over het huidige voorstel.

27 jun. 2023 - 14:00

Wet versterking auteurscontractenrecht: minimale vooruitgang voor beeldmakers

Na de Evaluatie van de Wet Auteurscontractenrecht in 2020 ligt een nieuw voorstel bij de Raad van State: de Wet versterking auteurscontractenrecht. De Federatie Beeldrechten heeft tijdens de consultatieronde auteurscontractenrecht aanbevelingen gedaan om de positie van beeldmakers substantieel te versterken. Zo pleitte de federatie voor een versteviging van de onderhandelingspositie van beeldmakers door een verruiming van de reikwijdte van het auteurscontractenrecht naar “eindgebruikerssituaties” en meer. Daarnaast ondersteunde de Federatie in het oorspronkelijke voorstel het verplichte onderscheid tussen honorarium en exploitatievergoeding. Helaas is geen gehoor gegeven aan de aanbevelingen. Sterker nog, ook het verplichte onderscheid is uit het voorstel geschrapt. De beoogde “versterking” is daardoor een minimale vooruitgang voor de reguliere beeldmaker.

“Eindgebruikerssituaties”

Omdat het huidige auteurscontractenrecht alleen geldt voor exploitatieovereenkomsten en daardoor niet in opdrachtsituaties, kunnen veel makers geen beroep doen op de wet. Zo dragen beeldmakers, door een verzwakte onderhandelingspositie, vaak hun auteursrechten over aan een opdrachtgever en werken daarbij voor een laag tarief. Wanneer de gerealiseerde werken vervolgens een succes blijken te zijn en beschikbaar voor een breed publiek, biedt het auteurscontractenrecht voor deze groep geen rechtvaardig vangnet. Daarom pleitte de Federatie Beeldrechten voor een verruiming van de reikwijdte van het auteurscontractenrecht naar “eindgebruikerssituaties”. Toch is, met een beknopt beroep op een zeer beperkte uitleg van de Europese DSM-richtlijn, gekozen de wet niet naar deze situaties uit te breiden. De Federatie Beeldrechten ziet dat anders en vindt het jammer dat hier zo makkelijk overheen is gestapt.

Eenzijdig advies billijke vergoeding

Ook de aanbeveling van de Federatie om de mogelijkheid op te nemen om als makers eenzijdig door de Minister een advies te laten vaststellen ten aanzien van de billijke vergoeding, heeft het wetsvoorstel niet gehaald. In plaats daarvan vervalt de verplichte toetsing door het ministerie van een op collectief niveau uit-onderhandelde billijke vergoeding. Op zich een positieve ontwikkeling, omdat het de drempel verlaagt, maar in feite is het niet meer dan een codificatie van de bestaande praktijk. De Mededingingsautoriteit handhaafde onder het oude recht al niet waar het ging om collectieve onderhandelingen door zzp’ers in de culturele sector. Makers worden hiermee dus nauwelijks verder geholpen.

Onderscheid honorarium en exploitatievergoeding

De beoogde verplichting om onderscheid te maken tussen het honorarium van de maker enerzijds en de billijke vergoeding voor de auteursrechtelijk exploitatie anderzijds, is evenmin opgenomen. Dit onderscheid voorkomt een onduidelijke samenvoeging van verschillende vergoedingen in een “lump sum” en is essentieel voor (beeld)makers. Dit omdat alleen wanneer duidelijk is om welke vergoeding het gaat, een onderhandeling over de billijkheid daarvan kan plaatsvinden. In het huidige voorstel wordt voor dit probleem een oplossing gezien in de zogenaamde “transparantieverplichting”, waardoor makers informatie over de exploitatie van hun werk op kunnen vragen. Dit vereist echter een actief verzoek van de maker, met het in de sector bekende risico van “blacklisting”. Een actieve plicht tot het maken van dit onderscheid zou de onderhandelingspositie van makers daarom meer versterken.

Ondanks alles, zijn er enkele kleine tekenen van verbetering. De federatie acht deze echter te klein om daarmee een wet te realiseren die daadwerkelijk de positie van álle makers verbetert. Vooralsnog, een gemiste kans voor de wetgever.

30 jun. 2022 - 10:00

Reactie consultatie Federatie Beeldrechten

Vandaag is de reactie van de Federatie Beeldrechten op de consultatie voorontwerp tot wijziging van het auteurscontractenrecht online gezet.

Wij stellen een relatief kleine wijzing voor in artikel 25. In dit artikel werd al vastgesteld dat de maker recht heeft op een redelijke vergoeding bij exploitatie van het beeld door derden, bijvoorbeeld door een uitgeverij.

Maar deze wet omvat nog niet het gebruik door zogenaamde eindgebruikers. In ons antwoord benoemen we hier enkele voorbeelden van en vragen we de minister om artikel 25c en d Aw ook van toepassing te laten zijn in dergelijke situaties. Dit zou ervoor zorgen dat makers altijd recht hebben op een redelijke vergoeding bij het gebruik van het beeld dat zij gecreëerd hebben.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan een grafisch ontwerper die een huisstijl maakt voor een start-up voor een zeer gereduceerd tarief. De start-up groeit binnen no-time uit tot een grote organisatie en de huisstijl wordt wereldwijd gebruikt door een heel concern aan bedrijven. De door ons voorgestelde aanpassing geeft de grafisch ontwerper wettelijke basis om een beroep te doen op een redelijke vergoeding.

Lees hier de volledige reactie op de consultatie.

4 apr. 2022 - 09:43

Consultatie online

Vandaag is het voorontwerp tot wijziging van het auteurscontractenrecht online gezet ter consultatie. Dat betekent dat iedereen hierop kan reageren.

Een aantal door de minister voorgestelde wijzingen:

  • Bij exploitatieovereenkomsten mag het honorarium voor de werkzaamheden en de auteursrechtelijke vergoeding voor het gebruik van het werk niet meer in één ongespecificeerd bedrag worden samengevoegd.

  • Exploitanten die subsidie van de overheid ontvangen, worden verplicht zich aan te sluiten bij de geschillencommissie.

  • Voor filmmakers wordt de billijke vergoeding bij bepaalde vormen van video on demand voortaan geïncasseerd via verplicht collectief beheer.

De Werkgroep Auteurscontractenrecht van de Federatie Beeldrechten bestudeert het voorontwerp en zal hier een reactie op geven.